Paragrafen

Paragraaf 3: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Risico's

 

Programma

01. Werk en Inkomen Financiering uitvoering wet BUIG

Omschrijving

 Financiering uitvoering wet BUIG

 Omschrijving

In het financieel perspectief begroting 2022 is met onderstaande tekorten rekening gehouden. Dit wijkt positief af ten opzichte van het huidige perspectief. 

BUIG

Financieel perspectief

-13.600

-13.330

-12.770

-12.230

Verbetering

-5.160

-8.930

-8.640

-8.260

De verbetering van het perspectief wordt veroorzaakt door een stijging van het budgetaandeel in 2022 ten opzichte van 2021. Analyse heeft uitgewezen dat er een kans is dat de toename van het budgetaandeel deels incidenteel is. Dit hangt samen met een tijdelijke toename van het aantal WW uitkeringen als gevolg van de coronapandemie. Dit is één van de kenmerken waarmee in het model wordt gerekend. Om die reden zijn we bij de berekening van het budget vanaf 2023 uitgegaan van het gemiddelde aandeel over 2021 en 2022. We hebben de volgende uitgangspunten bij deze berekening gehanteerd:

1. Het Rijk stelt in de gehele periode macro voldoende budget beschikbaar;

2. Het uitgavenaandeel neemt in 2022 licht af als gevolg van de relatief gunstige ontwikkeling van de bijstand vanaf de tweede helft van 2020. Vanaf 2023 hanteren we een stabiel uitgavenaandeel;

3. In de periode 2022-2025 wordt het werk- en ontwikkelprogramma uitgevoerd en dat leidt tot een opbrengst van 2,2 miljoen euro structureel vanaf 2025.

We hebben twee risico’s een geïnventariseerd:

1. De uitvoering van het werk- en ontwikkelprogramma leidt niet tot een verlaging van de uitgaven;

2. Het aandeel in de macro-uitgaven 2022 ten opzichte van het uitgavenaandeel 2021 neemt niet af.

Wanneer beide risico’s zich voordoen, verslechtert het financieel perspectief in 2022 en 2023 met 3,1 miljoen euro, oplopend naar 3,7 in 2024 en 4,3 miljoen euro in 2024. Het risico valt hoger uit ten opzichte van de begroting 2022 doordat er geen recht meer is op een bijdrage vanuit de vangnetregeling.

Risicobedrag 2022

3,1 miljoen euro

Kans 2022

25%

Risicobedrag 2023

3,1 miljoen euro

Kans 2023

25%

Risicobedrag 2024

3,7 miljoen euro

Kans 2024

25%

Risicobedrag 2025

4,3 miljoen euro

Kans 2025

25%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

VGR 2014-2 en Begroting 2015

Actie

Optimaliseren van de sturing op uitvoering van het werkprogramma

Naam risico

Uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelingslocaties (grondzaken / grondexploitaties)

Programma

02. Economie en werkgelegenheid / 08. Wonen

Omschrijving

Om de risico's die voortvloeien uit de grondexploitaties in uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelingslocaties te kwantificeren wordt de risicoboxenmethode gehanteerd. Het risico op een plantekort kan voortvloeien uit vertraging in het uitgiftetempo van gronden, uitgifte van gronden tegen lagere grondprijzen dan in de exploitatiebegroting is voorzien, aanbesteding van civieltechnische werken, vertraging in het tempo van realisering, etc.

De inschatting is dat het benodigde weerstandsvermogen zich in de jaren 2022-2027 vrij stabiel beweegt in een bandbreedte tussen de 56,8 en 60,4 miljoen euro. Die bandbreedte zou kunnen veranderen als bij het vaststellen van de gebiedsbegroting van De Suikerzijde blijkt dat niet alle risico’s binnen de BV kunnen worden opgelost. Bij de huidige uitwerking van de gebiedsontwikkeling is daar geen sprake van.
Het benodigd weerstandsvermogen voor grondexploitaties is een onderdeel van het totale benodigde weerstandsvermogen van de gemeente Groningen. De uitkomst op dit onderdeel moet dan dus ook altijd worden bezien in relatie tot de overige risico’s die de gemeente loopt.

Benodigd

2022

2023

2024

2025

 weerstandsvermogen

 (Bedragen x 1 miljoen euro)

1. Vastgestelde gemeentelijke

13,5

12,1

11,7

10,6

 grondexploitaties

2. Nog vast te stellen gemeentelijke

9,7

9,8

13,5

13,8

 grondexploitaties

3. Grondexploitaties in aparte

 rechtsvormen

3a. Meerstad

-

-

-

-

3a. Meerstad Noord

26,1

26,1

26,1

26,1

3b. Stadshavens

-

-

-

-

3c. Suikerzijde

-

-

-

-

4. Strategisch bezit

8,5

8,8

9,1

9,1

57,8

56,8

60,4

59,6

Nadere toelichting
Het benodigde WSV voor grondexploitaties bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Vastgestelde gemeentelijke grondexploitaties
Met behulp van de risicoboxenmethode is het benodigde weerstandsvermogen voor deze grondexploitaties bepaald. Hier komt voor de jaarschijf 2022 een benodigd WSV van 13,5 miljoen euro uit.2. Nog vast te stellen gemeentelijke grondexploitaties
Op dit moment wordt gewerkt aan een aantal gebiedsontwikkelingen. Naar verwachting worden deze gebiedsontwikkelingen middels een vast te stellen grondexploitatie later dit jaar of begin volgend jaar aan de raad voorgelegd. Het betreft een aantal kleinere gebiedsontwikkelingen die veelal met de versterkingsopgave te maken hebben. Daarnaast verwachten we ook de grondexploitaties voor de ontwikkeling van de Held3 (Heldin) en het Stationsgebied binnenkort te openen. Ook hier is met behulp van de risicoboxenmethode het benodigde weerstandsvermogen berekend op 9,7 miljoen euro.
3. Grondexploitaties die in aparte rechtsvormen zijn/worden ondergebracht
De gemeente Groningen heeft de gebiedsontwikkeling Meerstad ondergebracht in een BV. Daarnaast is er het voornemen om de gebiedsontwikkelingen Suikerzijde en Stadshavens ook in een BV onder te brengen. Uitgangspunt bij gebiedsontwikkelingen die in aparte rechtsvormen zijn ondergebracht is dat de risico’s binnen de beschikbare middelen voor de betreffende gebiedsontwikkeling kunnen worden opgevangen. Daarmee hoeft er in beginsel dus geen weerstandsvermogen bij de gemeente te worden aangehouden.
3a. Meerstad Noord
Op dit deelgebied zit een aanzienlijke opbrengsttaakstelling. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitwerking van plannen voor een zonnepark. Door deze planuitwerking neemt het risico dat de opbrengst niet geheel gerealiseerd gaat worden toe. De actuele berekening komt uit op 26,1 miljoen euro. Dit risico dekken we met gemeentelijk weerstandsvermogen af.
4. Strategisch grondbezit
Met behulp van de risicoboxenmethode is het benodigde weerstandsvermogen voor het strategisch grondbezit berekend op 8,5 miljoen euro.

Risicobedrag 2022

57,8 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

56,8 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

60,4 miljoen euro

Kans 2024

100%

Risicobedrag 2025

59,6 miljoen euro

Kans 2025

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

2004

Actie

Binnen de grondexploitatie wordt gestuurd op de beheersing van de risico’s. De risico’s en het effect op het weerstandsvermogen van nieuwe (grote) projecten maken we afzonderlijk inzichtelijk.

Naam risico

Sociaal domein

Programma

04. Welzijn, gezondheid en zorg

Omschrijving

Met de decentralisatie in 2015 hebben gemeenten een grote verantwoordelijkheden gekregen. Het Rijk De bijbehorende budgetten die over zijn gegaan naar gemeenten schieten echter tekort. De zorgkosten budgetten staan onder druk en daarom zijn op begroting- en rekeningbasis tekorten vaak aangevuld.

In het risico sociaal domein houden we rekening met een volume risico op zorggebruik (zorggebruik groeit harder dan verwacht) en een aantal specifieke risico's.
Er is sprake van een volume-risico op zorggebruik WMO/jeugd omdat onzeker is hoeveel mensen zorg nodig hebben. We bepalen de omvang van het risico op basis van een aantal groeiscenario’s (5%, 7,5% en 10%).

Naast het volume-risico houden we rekening met een aantal specifieke risico's. Deze hebben vooral betrekking op (transformatie) maatregelen die moeten leiden tot een besparing op de zorgkosten door een verschuiving van dure naar goedkopere zorg. Of en in welke mate deze maatregelen het beoogde transformatie-effect opleveren wordt gemonitord en waar nodig zal bijgestuurd worden. Naast transformatie risico's houden we ook rekening met een risico dat door corona er extra zorg verleend moet worden en dat invoering van het nieuwe verdeelmodel bij de integratie uitkering voor beschermd wonen (die we ontvangen van het Rijk) tot een nadeel voor Groningen kan leiden. 

Voor alle specifieke risico's maken we een inschatting van de omvang van het risico en de kans van optreden. Omdat we in de systematiek van het risico sociaal domein al rekening houden met de kans van optreden nemen we de uitkomst van het risico volledig (kans van optreden 100%) mee bij het bepalen van het benodigd weerstandsvermogen.

Risicobedrag 2022

13,3 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

15,7 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

16,8 miljoen euro

Kans 2024

100%

Risicobedrag 2025

17,5 miljoen euro

Kans 2025

100%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

1 maart 2014

Actie

Wij hebben de laatste jaren maatregelen genomen om te zorgen dat de zorgkosten beter in control komen. Hierbij hebben we nadrukkelijk een koppeling gelegd tussen beleid, uitvoering en geld. Ter beheersing van deze problematiek streven wij er naar om door transformatie minder in te hoeven zetten op zwaardere zorg door te investeren in preventie aan de voorkant, de ontwikkeling van (basis) voorzieningen dichtbij, door burgerkracht en door stimuleren van zelf- en samenredzaamheid. Deze op transformatie gerichte beweging is onder meer in gang gezet door een gerichte opdrachtverlening aan Stichting WIJ Groningen, door het in werking stellen van het Gebieds Ondersteunend Netwerk (GON) en een verdere decentralisering van Beschermd Wonen. Meer recent ingezette ontwikkelingen zijn onder andere de aanpak voor multi probleemgezinnen waar spraken is van stapeling van door gemeente verstrekte voorzieningen én de inzet op Ondersteuner Jeugd en Gezin.
In al deze verbeterslagen lopen inhoudelijke ambities en financiële doelstellingen samen op. Omdat er nog kansen bleven liggen als gevolg van gebrek aan ambtelijke capaciteit is hier ook in geïnvesteerd. Extra capaciteit was nodig om ontwikkelingen in kaart te brengen, te volgen en concreet om te zetten in zinvolle interventies en maatregelen samen met partners zoals bijvoorbeeld zorgpartijen , de zorgverzekeraar en de RIGG. Ontwikkeling van informatievoorziening maakt hier ook onderdeel vanuit. Dit alles met als doel beter in control te komen op het sociaal domein. De komende jaren vinden er op de meeste trajecten nieuwe aanbestedingen plaats. Hierbij kijken we ook naar de mogelijkheden voor beheersing van de kosten. 

Naam risico

Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen

Programma

04. Welzijn, gezondheid en zorg

Omschrijving

De gemeente Groningen fungeert als opdracht- en subsidiegever voor de opvang en begeleiding van vreemdelingen zonder recht op opvang of verblijf.  De doelgroep werd gehuisvest in het voormalig formule 1 hotel. Deze huisvesting is echter niet langer beschikbaar omdat het pand niet meer aan de brandveiligheidseisen voldoet. We hebben de opdrachtnemer van de LVV, stichting Inlia Groningen, toestemming gegeven tot het huren van tijdelijke unitbouw voor deze doelgroep voor een periode van vijf jaar. De pilot van LVV eindigt echter op 31 december 2022.  Het beleid van het Rijk inclusief de financiële bijdrage van het Rijk is na deze datum nog niet bekend. De LVV gemeenten en de VNG overleggen met het Ministerie van justitie en veiligheid over de besluitvorming na de pilotperiode. Bij het stopzetten van de pilot door het Rijk, staat de gemeente voor het risico vanaf 2023 inzake deze huisvesting.
Vooralsnog schatten we dit risico laag in, derhalve waarderen we deze op PM. Bij stopzetten van de pilot, kan (ter beheersing van het risico) de huisvesting aangeboden worden voor alternatieve verhuur, bijvoorbeeld voor arbeidsmigranten.

Er is eveneens nog geen duidelijkheid over de Europese subsidie voor 2022 en verder van 390 duizend euro. Het Rijk wil nog niet garant staan voor dit bedrag, derhalve voorzien we hierin een risico . Het risicobedrag voor 2022 komt daarmee op 0,39 miljoen euro. Vanaf 2023 houden we rekening met een structureel risico van 450 duizend euro.

In het coalitieakkoord van het Rijk is afgesproken dat er na de pilotperiode LVV een landelijk dekkend netwerk LVV wordt ingericht. Hiertoe wordt  momenteel onderhandeld over een nieuwe bestuursakkoord tussen het Rijk en de LVV gemeenten. Planning is dat de eerste ontwerpen van dit akkoord rond de zomer gereed zijn en dat deze bestuursakkoorden in december 2022 worden getekend. In dit bestuursakkoord komen ook afspraken over de vergoeding voor LVV gemeenten voor de uitvoering van de opvang en begeleiding. Er bestaat een klein risico dat de voorwaarden in dit bestuursakkoord niet geaccepteerd worden door het college. Dan ontvangen we geen Rijksmiddelen voor de kosten van de opvang en begeleiding van deze doelgroep. De gemeente zal dan moeten bepalen of en op welke manier de gemeente zelf opvang van deze doelgroep wil betalen (BBB constructie). Daarvoor zullen aanvullende middelen beschikbaar moeten komen, in de begroting van de gemeente zijn daarvoor op dit moment geen middelen beschikbaar.

Risicobedrag 2022

0,39 miljoen euro

Kans 2022

25%

Risicobedrag 2023

0,45 miljoen euro

Kans 2023

25%

Risicobedrag 2024

0,45 miljoen euro

Kans 2024

25%

Risicobedrag 2025

0,45 miljoen euro

Kans 2025

25%

Structureel/Incidenteel

structureel

1e signaleringsmoment

Rekening 2020

Actie

Overleg met het Rijk over het vervolg na de pilot. 

Naam risico

Specifieke uitkering stimulering Sport BTW (SPUK BTW)

Programma

05. Sport en bewegen

Omschrijving

Om sport en beweging te stimuleren konden gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de btw die aan hen in rekening werd gebracht in aftrek brengen. Dit recht op aftrek is met ingang van 1 januari 2019 vervallen. Om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren, kunnen gemeenten daarom jaarlijks een uitkering aanvragen ter compensatie van het btw-nadeel.
Gemeenten hebben in 2021 een voorschot van circa 77% van de aanvraag uitgekeerd gekregen omdat het budget iets is bijgesteld (naar beneden). De definitieve afrekening volgt pas eind 2022. Voor de Gemeente Groningen is er op basis van de huidige verhouding (aanvragen versus budget) een nadeel van circa 0,7 miljoen euro (onze aanvraag was circa 3,1 miljoen euro). Een deel van dit nadeel leidt tot hogere investeringslasten (circa 30%) en daarmee tot een nadeel in de toekomst, het resterende deel leidt tot een direct nadeel in de gemeentelijke begroting (490 duizend euro).
De kans bestaat dat er door de gemeenten wordt overvraagd en dat de werkelijke verdeling na indienen van de jaarrekeningcijfers anders uitpakt. Voor 2019 was de declaratie Groningen uiteindelijk lager en is geheel gehonoreerd. Het risico heeft zich in 2019 dus niet echt voorgedaan.  We houden rekening met een kans van 25%. De afrekening 2020 was positief. Het is nog lastig in te schatten of het structureel is. Vooralsnog gaan we uit van incidenteel.

Risicobedrag 2022

490 duizend euro

Kans 2022

25%

Risicobedrag 2023

490 duizend euro

Kans 2023

25%

Risicobedrag 2024

490 duizend euro

Kans 2024

25%

Risicobedrag 2025

490 duizend euro

Kans 2025

25%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2020

Actie

We hebben de financiële gevolgen van de wijziging aangeleverd bij het VNG. We volgen de ontwikkelingen op rijksniveau.

Naam risico

Bedrijfsrisico werkmaatschappijen (SPOT en Sport050) en Zakelijke dienstverlening (Stadsbeheer)

Programma 

05 Sport en bewegen, 06. Cultuur, 09 Kwaliteit van de Leefomgeving

Omschrijving

We houden rekening met een risico bij de werkmaatschappijen Oosterpoort/ Stadsschouwburg (SPOT) en Sport050 en bij de zakelijke dienstverlening (Stadsbeheer). Een deel van de inkomsten van de directie SPOT is afhankelijk van de economische conjunctuur en andere externe factoren. Wij houden rekening met een bedrijfsrisico van 10% van de omzet van circa 9,6 miljoen euro voor SPOT.
Sport050 kent een afhankelijkheid van de economische conjunctuur en het weer. Wij houden rekening met een specifiek bedrijfsrisico ter hoogte van circa 10% van de tarief-gerelateerde omzet. Die verwachte omzet is circa 7,6 miljoen euro.
De inkomsten zakelijke dienstverlening (bedrijfsafval, klein gevaarlijk afval, commerciële straatreiniging en onderhoud en reparaties derden , verkoop brandstof en leasen) zijn deels afhankelijk van de economische conjunctuur en andere externe factoren. Wij houden rekening met een bedrijfsrisico van 10% van de omzet van circa 12,2 miljoen euro. Het risico voor de beide werkmaatschappijen en de zakelijke dienstverlening samen is 2,940 miljoen euro. We houden rekening met een kans van 25%.

Risicobedrag 2022
 (deel SPOT)

2,940 miljoen euro

Kans 2022

25%

Risicobedrag 2023
(deel SPOT)

2,940 miljoen euro

Kans 2023

25%

Risicobedrag 2024
(deel SPOT)

2,940 miljoen euro

Kans 2024

25%

Risicobedrag 2025
 (deel SPOT

2,940 miljoen euro

Kans 2025

25%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

Actie

Naam risico

Exploitatie Groninger Forum

Programma

06. Cultuur

Omschrijving

Forum Groninger is eind 2019 geopend. Voor de exploitatietekorten en aanloopkosten in de eerste 5 jaar (2020-2024) is een bedrag van 3,3 miljoen beschikbaar. Na de periode van 5 jaar verwachten we dat Forum Groningen goed zicht heeft op de structurele exploitatie met voldoende mogelijkheden om zelf (bij) te kunnen sturen. In 2020 is een bedrag van 590 duizend euro aan deze reserve onttrokken. 300 duizend euro voor de cofinanciering van de coronaondersteuning van het Filmfonds en 290 duizend euro voor het exploitatietekort over 2020. Voor 2021 heeft Forum Groningen een bedrag van 400 duizend euro als bijdrage uit deze reserve begroot. Eind 2021 resteert er dan nog een reserve van 2,3 miljoen.
Indien de corona beperkingen zich niet op grote schaal voorzetten in 2022 dan is de verwachting dat Forum Groningen maar in beperkte mate een beroep hoeft te doen op deze reserve. Door de toetreding van Storyworld en de expositieruimte tot de Museumjaarkaart is in de afgelopen zomer het bezoekersaantal aan de exposities sterk toegenomen. Pre corona lieten de bezoekersaantallen van de bioscoop al zien dat daar een sterk groei mogelijk is. Gebouwtechnisch zijn de meeste kinderziekten in kaart gebracht en worden er geen overschrijdingen meer verwacht.

2020 en 2021 zijn door de COVID-19 beperkingen geen representatieve jaren voor de exploitatie van het Forum. Mogelijk is het wenselijk om de termijn van de inzet van de reserve te verlengen om goed zicht te krijgen op een reguliere exploitatie.  Mocht dit noodzakelijk zijn dan zal hierover in de jaarlijkse update over het Forum een voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd worden. De verwachting is dat de eventuele kosten hiervan binnen de bestaande reserves gedekt kunnen worden.

Risicobedrag 2022

p.m.

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

p.m.

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

p.m.

Kans 2024

100%

Risicobedrag 2025

-

Kans 2025

-

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

Rekening 2014

Actie

Door middel van voortgangsgesprekken en rapportages wordt de realisatie van de exploitatie gevolgd. 

Naam risico

Verkeer- en vervoersprojecten 

Programma

07. Verkeer

Omschrijving

Risico's bij verkeer- en vervoersprojecten hebben voornamelijk betrekking op de hoogte van de investeringskosten. Vooraf worden deze risico's zover mogelijk teruggebracht en beheerst door voor de start van uitvoering zoveel mogelijk uitgewerkte ontwerpen en kostenramingen beschikbaar te hebben.

Bij de grote verkeersprojecten (= investering meer dan 5 miljoen euro) bepalen we het risico op 10% van de investeringskosten. Daarbij beoordelen we de mogelijkheid om bij te sturen in het project (beheersmaatregelen). Op projectniveau kunnen dat bijvoorbeeld zijn: het werken met een plafondprijs in de aanbesteding, het rekening houden met een percentage onvoorzien in de kostenraming of het in beeld brengen van besparingsmogelijkheden.

Risico's die niet binnen de beschikbare middelen van het project kunnen worden opgelost, worden meegenomen in het benodigde weerstandsvermogen voor verkeersprojecten. Voor de lopende projecten verkeer en vervoer is de omvang van het risico nihil.

Voor projecten die voortvloeien uit de Netwerkanalyse 2013 (totale omvang gemeentelijke middelen 20 miljoen euro) is besloten dat voor- en nadelen mogen worden verrekend binnen het totale programma (gesloten financiering). Financiële tegenvallers kunnen dus binnen het totaal beschikbare budget worden opgevangen. Dit kan effect hebben op de projecten die uitgevoerd kunnen worden, maar voor het geheel geldt dat geen sprake is van een financieel risico voor de gemeente Groningen.

Risicobedrag 2022

nul

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

nul

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

nul

Kans 2024

100%

Risicobedrag 2025

nul

Kans 2025

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Rekening 2017

Actie

Naam risico

Parkeerbedrijf

Programma

07. Verkeer

Omschrijving

Voor het bepalen van het risico van het parkeerbedrijf wordt een risicoanalyse uitgevoerd voor de onderdelen: rente, opbrengsten en kosten, bezettingsgraad parkeergarages en straatparkeren.

Voor de begroting 2022-2025 zijn de risico's herijkt. Over 2022 neemt het risico met 1,6 miljoen euro toe. Dit wordt deels verklaard doordat de begroting 2022 normaal is begroot, als ware er geen corona-crisis. In het risicomodel hebben we voor 2022 nog een verhoogd risico op een uitloop van de corona-crisis gekwantificeerd. Daarnaast heeft de corona-crisis geleerd dat ook de variabele huuromzet en de abonnementen-omzet van de Euroborg-garage conjunctuurgevoelig zijn. Voor deze omzetten zijn derhalve risico's gekwantificeerd. Daarnaast is het risico voor de forum-garage geactualiseerd. Bovenstaande wijzigingen leiden tot een verhoogd risico van circa 300 duizend euro per jaar, over 4 jaar derhalve 1,2 miljoen euro.  Overige wijzigingen leiden tot een verhoging van 400 duizend euro.  Bij de begroting 2023 wordt het risico weer herijkt.

Risicobedrag 2022

4,30 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

3,92 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

4,10 miljoen euro

Kans 2024

100%

Risicobedrag 2025

4,29 miljoen euro

Kans 2025

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Al jaren in de P&C-documenten

Actie

Wij zullen jaarlijks het benodigde weerstandsvermogen opnieuw berekenen.

Naam risico 

Tekort OV-Bureau Groningen Drenthe

Programma

07. Verkeer

Omschrijving

De gemeente Groningen neemt voor 21% risicodragend deel in het OV-Bureau Groningen Drenthe (zie ook de paragraaf Verbonden Partijen). De andere deelnemers, de provincies Groningen en Drenthe, dragen respectievelijk 44% en 35% van het risico.

Als gevolg van Corona zijn reizigersaantallen terug gelopen. De verwachting is dat het herstel een aantal jaar duurt. Daarnaast heeft het Rijk nog geen zekerheid gegeven over een beschikbaarheidsvergoeding vanaf september 2022 en de jaren daarna. Dit heeft een nadelige invloed op de verwachte resultaten van het OV-Bureau.
De Begroting 2022 van het OV-Bureau was vastgesteld met een voorzien tekort. Inmiddels is duidelijk dat dit tekort incidenteel afgedekt kan worden uit reserves van het OV-Bureau waardoor het risico voor 2022 vervalt.
In de Kaderbrief die vooruitloopt op de begroting 2023 van het OV-Bureau zijn voor de jaren 2023 en verder tekorten voorzien. Hiervoor is een ‘Stelpost overige baten’ opgenomen waarbij is aangegeven dat er extra middelen vanuit de partners of uit aanvullende maatregelen moeten komen.

Vanuit de afspraak dat de gemeente Groningen voor 21% bijdraagt in de bedrijfsvoeringstekorten van het OV-Bureau is vanaf 2023 een structureel risico opgenomen.  

Risicobedrag 2022

-

Kans 2022

50%

Risicobedrag 2023

0,3 miljoen euro

Kans 2023

50%

Risicobedrag 2024

0,3 miljoen euro

Kans 2024

50%

Risicobedrag 2025

0,3 miljoen euro

Kans 2025

50%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

2021

Actie

We volgen samen met het OV-Bureau de ontwikkelingen rondom de reizigersaantallen en de beschikbaarheidsvergoeding en wat dit betekent voor de financiële resultaten van het OV-Bureau. 

Naam risico

Gemeentelijk aandeel risicoproject Warmtestad BV

Programma

08. Wonen

Omschrijving

WarmteStad heeft op dit moment 2 typen activiteiten:
· Het ontwikkelen en exploiteren van het warmtenet Noordwest;
· Het ontwikkelen en exploiteren van collectieve Warmte en Koude-opslagsystemen.
Via Warmtestad investeert de gemeente in warmteprojecten gericht op een CO2 neutrale stad in 2035. WarmteStad heeft aandacht voor het identificeren, beheersen en financieel vertalen van risico's. Voor de resterende risico’s voor de gemeente is het weerstandsvermogen versterkt.
1. Warmtenet Noordwest
Voor de Investering geothermie en warmtenet Noordwest is op 8 juni 2016 het weerstandsvermogen versterkt met 1,3 miljoen euro. Dit is 18% van het toen, in de vorm van agio, geïnvesteerde bedrag van 7 miljoen euro. Met het besluit om geothermie niet meer te ontwikkelen is een verliesvoorziening gevormd van 3 miljoen euro. Hiermee kon het benodigde weerstandsvermogen worden verlaagd met 580 duizend euro (18 % van 3 miljoen euro) tot 720 duizend euro.
In april 2018 is WarmteStad een overbruggingskrediet verstrekt van 1,3 miljoen euro ten behoeve van Tijdelijke Warmte Opwek. Het risicoprofiel is daarbij gesteld op 8% van het uitgeleende bedrag en 104 duizend euro weerstandsvermogen gevormd. Op 31 oktober 2018 is besloten om WarmteStad een overbruggingskrediet te verstrekken van 3 miljoen euro voor de eerste uitbreiding van het warmtenet met een bijbehorend weerstandsvermogen van 8 %, een bedrag van 240 duizend euro. Op 26 juni 2019 heeft de raad naar aanleiding van het raadsvoorstel Vervolg definitief investeringsvoorstel Warmtenet Noordwest de integrale Business Case en het Project- en investeringsvoorstel voor warmtenet Noordwest vastgesteld. Tevens is toen besloten de verstrekte overbruggingskredieten van in totaal 4,3 miljoen euro om te zetten in agio. Dit is geëffectueerd in december 2019. Op basis van de vastgestelde Business Case is externe bankfinanciering verkregen. De huidige financiële stand van zaken is dat er aanloopverliezen zijn, maar dat die vooralsnog binnen de risicobuffers en bestaande voorwaarden van de bankfinanciering kunnen worden opgevangen en dat er geen aanvullende financiering nodig is. Wel zijn er diverse maatregelen genomen om de aanloopverliezen te beperken en de voorspelbaarheid van de financiële resultaten te verbeteren. Het college heeft de raad hierover op 26 februari 2020 geïnformeerd door middel van de brief Stand van zaken financiën Warmtestad 2019 en 2020.

Huidig risicoprofiel WarmteStad Noordwest BV.
Aanvankelijk is het risicoprofiel gesteld op 14%. In het kader van het vaststellen van de business case in 2019 zijn alle risico’s opnieuw in beeld gebracht en is geconcludeerd dat de omzetting van de kredieten in eigen vermogen niet van invloed was op het risicoprofiel. Het totale weerstandsvermogen voor Warmtenet Noordwest kan worden gehandhaafd op 1,064 miljoen euro.
2. WKO-programma en risicoprofiel WarmteStad werkt stap voor stap het WKO programma uit. Op 19 februari 2015 is 750 duizend euro rekening-courant ter beschikking gesteld voor WKO Europapark. Risicoprofiel rekening-courant WKO is 8%, een bedrag van 60 duizend (er is een bestemmingsreserve gevormd van 57 duizend euro). Voor het  financieel meerjarenplan (FMJP) 2017-2021 heeft de  gemeente besloten 3,875 miljoen euro aan leningen te verstrekken. Op 31 mei 2017 is 2 miljoen euro voor jaarschijf 2017 ter beschikking gesteld. Het WKO-programma draait op een bewezen techniek en al bestaande bronnen. Het risicoprofiel is 8%, een bedrag van 160 duizend euro. In september 2018 is de resterende 1,875 miljoen euro (2018 – 2021) beschikbaar gesteld.  Het weerstandsvermogen is 150 duizend euro (8%). Van het resterende bedrag van 1,875 miljoen is inmiddels, in 2019, 0,5 miljoen euro uitbetaald. Het totale weerstandsvermogen voor het WKO-programma kan worden gehandhaafd op 370 duizend euro. 

Risicobedrag 2022

1,434 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

1,434 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

1,434 miljoen euro

Kans 2024

100%

Risicobedrag 2025

1,434 miljoen euro

Kans 2025

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2017

Actie

We monitoren voortdurend de stand van zaken

Naam risico

Bezwaarprocedures

Programma

09. Kwaliteit leefomgeving

Omschrijving

Woningcorporatie Wierden en Borgen (Ten Boer) heeft bezwaar ingediend tegen de aanslag rioolheffing 2014 en volgende jaren. Het bezwaar richt zich met name op de stellingname van Wierden en Borgen dat de gemeente ten onrechte bepaalde objecten niet aanslaat. Daarnaast richt het bezwaar zich tegen de onderbouwing van de door te berekenen kosten naar het aanslagbedrag. Alle gemeenten waar onroerend goed staat van Wierden en Borgen hebben een gelijksoortig bezwaar gekregen. De rechtbank heeft op 10 maart 2020 Wierden en Borgen in het gelijk gesteld. We zijn in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak. We hebben namelijk een nadere onderbouwing kunnen opstellen waaruit blijkt waarom bepaalde objecten niet zijn aangeslagen. Gesprekken met Wierden en Borgen hebben niet geleid tot een oplossing zodat we nu in het formele traject zitten. Een inschatting van de omvang van het risico is niet te maken. Het risico staat daarom op p.m. Op 28 april 2021 heeft het gerechtshof Arnhem Leeuwarden het hoger beroep van de gemeente Groningen gegrond verklaard. Woningcorporatie Wierden en Borgen heeft beroep ingesteld (cassatie) bij de Hoge Raad. Deze zaak is nog in behandeling bij de Hoge Raad. In augustus 2021 heeft de gemeente nog een conclusie van dupliek ingezonden. De Hoge Raad heeft op 29 april 2022 het beroep in cassatie ongegrond verklaard. De gemeente is op alle punten in het gelijk gesteld.

Risicobedrag 2022

p.m.

Kans 2022

Risicobedrag 2023

p.m.

Kans 2023

Risicobedrag 2024

p.m.

Kans 2024

Risicobedrag 2025

p.m.

Kans 2025

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Jaarrekening 2008

Actie

 De Hoge Raad heeft op 29 april 2022 het beroep in cassatie ongegrond verklaard. De gemeente is op alle punten in het gelijk gesteld en daarmee is het risico vervallen.

Naam risico

Risico's bodemsanering

Programma

09. Kwaliteit leefomgeving

Omschrijving

In het convenant ‘bodemontwikkelingsbeleid en spoedlocaties’ is afgesproken dat in 2015 alle bodemverontreinigingen die een risico voor de mens vormen (humane spoedlocaties) gesaneerd of beheerst zijn. Daarnaast is afgesproken dat bodemverontreinigingen die onaanvaardbare risico’s bevatten voor het ecosysteem en/of bijdragen aan de verspreiding van de verontreiniging (de overige spoedlocaties), ook zoveel mogelijk gesaneerd of beheerst zijn in 2020.In de gemeente zijn vanaf 2018 alle spoedlocaties beheerst (saneringen/of monitoring loopt) of gesaneerd. Een aantal spoedlocaties waar de sanering nog loopt zijn niet in eigendom van de gemeente. Wanneer een derde om welke reden dan ook de verantwoordelijkheid van de sanering niet kan nakomen, is de gemeente als bevoegd gezag verplicht een lopende spoedsanering tot een goed einde te brengen. Tijdens de beoordeling of een mogelijk verontreinigde locatie een spoedlocatie is voor 2018, maar ook na de herindeling is gebruik gemaakt van de landelijke richtlijnen. Bij een beperkt aantal locaties (met name benzine service stations) is de beoordeling gebaseerd op zeer beperkte info. Mocht hier wel iets aan de hand zijn dan is het mogelijk dat we als gemeente aanvullend risico-onderzoek en eventuele risico-maatregelen moeten treffen. In het gebied met zandgrond en waterwinning (Haren e.o.) zou er sneller sprake kunnen zijn van een risico door een bodemverontreiniging. Een actuele inschatting gaat uit van een risico van 900 duizend euro en een kans van 50%. Het gaat om een structureel risico. Los van de spoedlocaties kunnen zich nieuwe situaties aandienen waarbij sprake is van risico's (schadeclaims, saneringen, onrust omwonende en randvoorwaarden bodem). In het geval deze situaties zich aandienen moeten we middelen beschikbaar stellen voor aanvullend (risico) onderzoek, eventuele tijdelijke beheermaatregelen en op iets langere termijn voor een definitieve oplossing. De voormalige vuilstort Woltersum is hier een voorbeeld van (locatie is in 2021 gesaneerd). Voor het bepalen van het risico houden we rekening met kosten voor onderzoek en beheersmaatregelen. Uitgaande van drie gevallen per jaar schatten we het risico in op 500 duizend euro met een kans van 75%. Het gaat om een structureel risico. Tot slot is er een risico op onze apparaatskosten voor wettelijke taken voortkomend uit Wet bodembescherming/ Omgevingswet. Het Convenant Bodem en Ondergrond 2015-2020 is inmiddels afgelopen. Voor 2021 zijn afspraken gemaakt met het rijk. De decentrale uitkering die de gemeente Groningen ontvangt is 482 duizend euro. Dat is lager dan de benodigde 700 duizend euro. De verwachting is niet dat dit bedrag door het Rijk nog wordt aangevuld. De rijksbijdrage in 2022 en verder is gelijk aan 2021. Daarom nemen we voorzichtigheidshalve voor 2022 en verder een structureel risico van 218 duizend euro (het verschil tussen de benodigde 700 duizend euro en reeds toegezegde 482 duizend euro) op met een kans van 75%. Zodra er een wijziging plaatsvindt in de rijksbijdrage kan dit deel van het risico worden aangepast. 

Risicobedrag 2022

1,618 miljoen euro structureel

Kans 2022

Diverse kansen

Risicobedrag 2023

1,618 miljoen euro structureel

Kans 2023

Diverse kansen

Risicobedrag 2024

1,618 miljoen euro structureel

Kans 2024

Diverse kansen

Risicobedrag 2025

1,618 miljoen euro structureel

Kans 2025

Diverse kansen

Structureel/Incidenteel

Structureel 

1e signaleringsmoment

2001

Actie

We monitoren voortdurend de stand van zaken

Naam risico

relatief lage stand voorziening Afvalstoffenheffing

Programma

09. Kwaliteit leefomgeving

Omschrijving

Het saldo van de voorziening afvalstoffenheffing is per 31/12/2021 450 duizend euro. We hebben daardoor weer middelen in de voorziening afvalstoffenheffing om eventuele negatieve afwijkingen in de bedrijfsvoering 2022 op te kunnen vangen.  Gezien de financiële omvang van de afvalstoffenheffing van 37 miljoen euro is een afwijking van circa 750 duizend euro reëel (2%).  Resteert een risico voor 2022 van 300 duizend euro.

Risicobedrag 2022

300 duizend euro

Kans 2022

50%

Risicobedrag 2023

-

Kans 2023

-

Risicobedrag 2024

-

Kans 2024

-

Risicobedrag 2025

-

Kans 2025

-

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2021

Actie

We sturen strak op de uitgaven

Actie

Naam risico

Verhoging bijdrage veiligheidsregio

Programma

 10. Veiligheid

Omschrijving

Omdat de reserve van de veiligheidsregio nul is en de VRG scherp begroot vanwege de financiële positie van de deelnemende gemeenten nemen we een risico op voor een verhoogde bijdrage aan de veiligheidsregio gedurende het jaar. Totale bijdragen gemeenten is 46,5 miljoen euro. Een afwijking van 2% is realistisch (930 duizend euro). Ons aandeel is 46% dus 425 duizend euro.  Kans op voordoen is 50% omdat de VRG al scherp begroot vanwege de financiële positie van de gemeenten. 

Risicobedrag 2022

425 duizend euro

Kans 2022

50%

Risicobedrag 2023

425 duizend euro

Kans 2023

50%

Risicobedrag 2024

425 duizend euro

Kans 2024

50%

Risicobedrag 2025

425 duizend euro

Kans 2025

50%

Structureel/Incidenteel

structureel

1e signaleringsmoment

rekening 2021

Actie

Naam risico

Gemeentefonds

Programma

13. Algemene inkomsten en post onvoorzien

Omschrijving

De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald door de omvang en verdeling van het gemeentefonds. De omvang is gekoppeld aan de groei van de rijksbegroting. Voor 2020 en 2021 is besloten om de ontwikkeling van het accres te bevriezen op de stand van de voorjaarsnota 2020 van het Rijk. De huidige raming van de hoogte van de algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire 2021. De omvang van het gemeentefonds bedraagt in 2021 ruim 35 miljard euro. Het gemeentefonds is hierdoor de vierde grootste uitgavenpost op de rijksbegroting.
De laatste grootschalige herziening van de financiële verhoudingen stamt uit 1997. Sindsdien is er veel veranderd in de opgaven voor gemeenten. Bijvoorbeeld de decentralisaties in het sociale domein en de toenemende regionale samenwerking op tal van terreinen. De verdeling van de middelen in het gemeentefonds is achterhaald en verouderd. Een voorstel tot herziening van de verdeling van de algemene uitkering is met behulp van de onderzoeksbureaus AEF en Cebeon uitgevoerd. De gemeente Groningen komt, als centrumgemeente, voordelig uit het nieuwe verdeelvoorstel. Veel van de gemeenten in onze regio gaan er echter onevenredig veel op achteruit waarbij dit onvoldoende uitlegbaar is. Dit is voor ons aanleiding geweest om gezamenlijk met de Groninger en Friese gemeenten op te trekken om tot een eerlijkere verdeling van het gemeentefonds te komen.
De ROB heeft in oktober haar advies gepubliceerd over het nieuwe verdeelmodel. Er wordt geconcludeerd dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het oude model maar kent tegelijkertijd nog steeds problemen. Die problemen moeten eerst onderzocht worden voordat het nieuwe verdeelmodel ingevoerd kan worden. In aansluiting hierop heeft de VNG ledenvergadering in januari 2022 een resolutie aangenomen waarin wordt uitgesproken dat het nieuwe kabinet eerst het advies van de ROB moet opvolgen en dat daarna het nieuwe verdeelmodel kan worden ingevoerd. Begin april gaf de minister van BZK aan dat ze besloten heeft om vanaf 2023 het nieuwe verdeelmodel in te voeren. Er geldt een ingroeipad om de herverdeeleffecten te beperken. Het herverdeeleffect is gemaximeerd tot €7,50/inwoner in 2023 en €15,00/inwoner in zowel 2024 als 2025. Een aanvullende compensatie wordt uitgewerkt voor gemeenten met een lage sociaaleconomische situatie en zorgelijke financiële positie die de herverdeel nadelen niet kunnen dragen. Met een onderzoeksagenda wordt het verdeelmodel de komende jaren verder verbeterd voordat er verdere stappen vanaf 2026 worden genomen.
De werking van de normeringssystematiek 2015 – 2020 is geëvalueerd. De huidige systematiek (van trap-op-trap-af) is beoordeeld aan de hand van toetsingscriteria en worden er varianten uitgewerkt om de normeringssystematiek, op onderdelen, aan te passen. Door gemeenten is geconcludeerd dat de normeringssystematiek werkt en daarom kan worden voortgezet. Met het nieuwe kabinet moeten nog afspraken worden gemaakt over de te hanteren normeringssystematiek.

De omvang van het BTW-compensatiefonds (BCF) is aan een plafond gekoppeld. Overschotten of tekorten op het fonds worden verrekend met het gemeentefonds.  Het ministerie van BZK heeft in overleg met de VNG het standpunt ingenomen dat gemeenten zelf reëel dienen in te schatten welke verwachte ruimte onder het BCF plafond als verwachte bate kan worden opgenomen in de meerjarenraming.
Wij vinden het reëel om meerjarig een verwachte bate in de begroting op te nemen als gevolg van mogelijke ruimte onder het BCF plafond. Daarom is in de begroting 2022 structureel rekening gehouden met 2,8 miljoen euro onderuitputting. Dat is de realisatie over 2020 die in de meicirculaire 2021 (192,6 miljoen euro) is opgenomen en dan het aandeel van de gemeente Groningen daarin (1,5%). Hiermee sluiten we aan bij de richtlijnen van de meicirculaire 2021. Jaarlijks wordt aan de hand van de informatie in de meicirculaire de structurele ruimte door onderuitputting geactualiseerd.

Risicobedrag 2022

We hanteren het uitgangspunt dat specifieke kortingen (en uitzettingen) vanuit het rijk één op één met de sector worden verrekend. Voor het overige hanteren we een maximale omvang van het risico van 5% van de ingeschatte algemene uitkering. Het risico bedraagt maximaal 30,9 miljoen euro (naar boven of naar beneden).

Kans 2022

We gaan er vanuit dat de kans op een voordeel even groot is als de kans op een nadeel, hierdoor reserveren we hiervoor geen specifieke weerstandscapaciteit.

Risicobedrag 2023

Zie 2022

Kans 2023

Zie 2022

Risicobedrag 2024

Zie 2022

Kans 2024

Zie 2022

Risicobedrag 2025

Zie 2022

Kans 2025

Zie 2022

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

1995

Actie

Forse afwijkingen worden zoveel mogelijk voorkomen en verkleind door het realistisch en stabiel ramen van de uitkeringen.

Naam risico

Renterisico

Programma

13. Algemene inkomsten en post onvoorzien

Omschrijving

De renteveronderstellingen voor de begroting zijn gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de rente. Bij het bepalen van deze rentevisie baseren wij ons onder andere op de informatie van een onafhankelijk bureau dat van dag tot dag marktinformatie en prognoses met betrekking tot de geld- en kapitaalmarkt verzamelt. In onze rentevisie, die wij publiceren in de paragraaf Financiering in de begroting, kijken wij ongeveer een jaar vooruit.
De werkelijke renteontwikkeling kan afwijken van de verwachte ontwikkeling. Mutaties in de rente hebben gevolgen voor het resultaat. Doordat wij bij de start van de begrotingscyclus uitgaan van de laatste renteprognoses van dat moment, zorgen we dat de geraamde rentelasten in lijn blijven met de marktomstandigheden. Aangezien we het risico op die manier beperkt houden, nemen we hiervoor geen reservering op in het weerstandsvermogen.  

Risicobedrag 2022

p.m.

Kans 2022

Risicobedrag 2023

p.m.

Kans 2023

Risicobedrag 2024

p.m.

Kans 2024

Risicobedrag 2025

p.m.

Kans 2025

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Doorlopend

Actie

De renteresultaten worden jaarlijks toegelicht en inzichtelijk gemaakt in de rekening. In de voortgangsrapportages nemen wij verwachte voor- en nadelen op die het gevolg zijn van tussentijdse ontwikkelingen.

Naam risico

Verzekeringen

Programma

14. Overhead en ondersteuning organisatie

Omschrijving

Binnen de Gemeente Groningen zijn er een aantal risico's welke niet afgedekt zijn door verzekeringen. De kans op het zich voordoen van deze risico's is dermate klein maar de impact ervan kan groot zijn. De risico's welke hieronder vallen zijn fraude/berovingsrisico, milieuschade, cybercrime, computer en motorrijtuigen (Casco deel).

Verzekerbaarheid van risico’s staat onder druk. Premies stijgen en verzekeringsvoorwaarden worden aangescherpt. Oorzaken:

  • Gestegen schadelast;
  • Minder concurrentie, verzekeraars trekken zich terug of fuseren;
  • Solvency II eisen waaraan verzekeraars moeten voldoen;
  • Verduurzamingsopgave vastgoed in relatie tot bestaande bouwconstructies

p.m.

Risicobedrag 2022

Kans 2022

p.m.

Risicobedrag 2023

Kans 2023

p.m.

Risicobedrag 2024

Kans 2024

p.m.

Risicobedrag 2025

Kans 2025

Structureel/Incidenteel

Begroting 2021

1e signaleringsmoment

Door het nemen van interne beheersingsmaatregelen worden de risico's beperkt.

Actie

Naam risico

Niet halen bezuinigingen

Programma

Alle

Omschrijving

Bij voorgaande en de huidige begroting zijn bezuinigingsmaatregelen vastgesteld. Niet alle voorgenomen bezuinigingen worden volledig en/of in het gewenste tempo gerealiseerd. We hebben elke nog niet gerealiseerde bezuinigingsmaatregel en nog te realiseren bezuinigingsmaatregel beoordeeld. Dit leidt tot een incidenteel risico van 4,5 miljoen euro in 2022, oplopend naar 5,6 miljoen euro in 2023 en vervolgens aflopend naar 4,9 miljoen euro in 2025 en een structureel risico van 1,6 miljoen euro in 2022 oplopend tot 3,6 miljoen euro in 2025. Bij het bepalen van het risico is per maatregel rekening gehouden met de kans van optreden. Voor de bepaling van het benodigd weerstandsvermogen wordt de uitkomst daarom volledig (=100%) meegenomen. 

Risicobedrag 2022

4,5 miljoen euro incidenteel

1,6 miljoen euro structureel

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

5,6 miljoen euro incidenteel

4,0 miljoen euro structureel

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

5,4 miljoen euro incidenteel

3,6 miljoen euro structureel

Kans 2024

100%

Risicobedrag 2025

4,9 miljoen euro incidenteel

3,6 miljoen euro structureel

Kans 2025

100%

Structureel/Incidenteel

Structureel / Incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2014

Actie

We sturen actief op realisatie van de maatregelen

Naam risico

Effecten coronavirus

Programma

Alle programma's

Toelichting

De corona pandemie had een behoorlijke impact op de gemeentelijke financiën in 2020 en 2021. Wat het effect is op het jaar 2022 is op het moment van het opstellen van dit risico lastig aan te geven. In het Centraal Economisch Plan van maart 2022 van het CPB staat over de inflatie: de extra stijging van de energieprijzen komt boven op een toch al forse inflatie, mede als gevolg van de economische schokken van de coronapandemie. In de kernpunten van de economische ontwikkelingen 2022 en 2023 van het CEP staat ten aanzien van corona:
→ De arbeidsmarkt blijft krap, coronapandemie minder van invloed op economie
We verwachten gelijk aan het CPB dat de coronapandemie minder van invloed zal zijn op onze financiën. We zien nog risico's in de bedrijfsvoering van Cultuur, Sport en onze evenementen.   De verwachting is dat we in 2022 ook (deels) aanvullende middelen ontvangen als dat nodig is. Onderstaand geven we een inschatting van het risico voor de verschillende sectoren.  We gaan bij de inschatting uit van het meest pessimistische scenario. Dit leidt tot een incidenteel risico van 1,7 miljoen euro. In dit risico is geen rekening gehouden met het effect van de corona pandemie op het risico voor de BUIG, het risico Parkeren en het risico bij de zorguitgaven. Die effecten zijn meegenomen in de afzonderlijke risico's omdat deze niet los gezien kunnen worden van het reguliere risico.

Sport

We houden rekening met een risico dat de verhuurinkomsten van de sportaccommodaties teruglopen. Dit heeft betrekking op onder andere de verhuur aan sportverenigingen (door minder leden), verhuur aan scholen en overige verhuurinkomsten. Daarnaast houden we rekening met een verlaging van les- en cursusgelden en entreegelden bij de zwembaden en de ijsbaan. Het totale risico voor de inkomsten hebben we berekend op 2,8 miljoen euro. Voor een deel rekenen we op compensatie van het Rijk (2,1 miljoen). Daarmee komt het risico voor de gemeente op 0,7 miljoen euro.

Cultuur

In het geval de 1,5 meter maatregelen in 2022 (weer) van kracht blijven zijn alle cultuur evenementen verliesgevend. Dit leidt tot lagere inkomsten terwijl de kosten wel gemaakt worden of toenemen. Voor het bepalen van het risico houden we rekening met minder inkomsten van 1,5 miljoen euro. We verwachten dat we voor een deel gecompenseerd worden voor dit tekort. We houden daarom rekening met een risico van 750 duizend euro.

Inkomsten

Als gevolg van de corona crisis lopen we een risico dat de gemeentelijke inkomsten zullen achterblijven ten opzichte van de begroting. In totaal afgerond 200 duizend euro.  Het betreft leges vergunningaanvragen evenementen (80 duizend euro, helft jaarbedrag) en verhuurinkomsten evenemententerrein Stadspark (120 duizend euro, helft jaarinkomsten).

Risicobedrag 2021 

1,650 miljoen euro

Kans 2021 

50%

Risicobedrag 2022

Kans 2021 

Risicobedrag 2023

Kans 2021 

Risicobedrag 2024

Kans 2021 

Structureel/Incidenteel

incidenteel

1e signaleringsmoment

rekening 2019

Actie

Naam risico

Effecten oorlog Oekraïne

Programma

alle

Omschrijving

De oorlog in de Oekraïne en de sancties zullen leiden tot wat Minister van Financiën Kaag
noemt een collectief welvaartsverlies. Het betekent dat we rekening dienen te houden met veranderende prognoses, mede als gevolg van een eventuele aanpassing van het Regeerakkoord en ook economische effecten (denk aan inflatie, rente, economie in recessie). Het kan aldus een substantieel effect hebben op onze financiële positie.
Op verschillende terreinen zal het ons en onze bewoners en ondernemers raken, zoals
stijgende bouwkosten, hogere energielasten, meer opvang van vluchtelingen en mogelijke
andere keuzes in Den Haag waaronder een lagere acrès (een lagere groei van de
algemene uitkering uit het gemeentefonds aan gemeenten). We kunnen nog geen inschatting maken van de hoogte of reikwijdte van de effecten. 

Risicobedrag 2022

pm

Kans 2022

Risicobedrag 2023

pm

Kans 2023

Risicobedrag 2024

pm

Kans 2024

Risicobedrag 2025

pm

Kans 2025

Structureel/Incidenteel

1e signaleringsmoment

Actie

Naam risico

Fiscale risico's

Programma

Alle

Omschrijving

Vennootschapsbelasting (VPB).
Vennootschapsbelasting is een belasting die wordt geheven over de fiscale winst welke door een onderneming is behaald. Met ingang van 1 januari 2016 is de gemeente Vennootschapsbelastingplichtig bij economische activiteiten waarbij de gemeente in concurrentie treedt (of kan treden) met de markt en daarmee winst behaalt. Van deze activiteiten zal de fiscale winst moeten worden bepaald.
De aangifte over het jaar 2016 is ingediend en de belastingdienst heeft daar inmiddels vragen over gesteld. Uit de vraagstelling van de belastingdienst -die overigens aan nagenoeg alle grote gemeenten zijn gesteld- blijkt dat de belastingdienst een onderneming herkent bij de volgende activiteiten: reclameopbrengsten, grondcomplexen en parkeeropbrengsten. Over deze standpunten, de zienswijze van de gemeente en eventuele financiële gevolgen vindt overleg met de belastingdienst plaats.

Boekenonderzoek.
De belastingdienst controleert over het jaar 2018 de volledigheid en juistheid van de aangifte loonbelasting, omzetbelasting en opgaaf BTW-Compensatiefonds van de gemeente Groningen, inclusief Iederz. We verwachten dat de belastingdienst de uitkomsten van dat onderzoek zal gaan extrapoleren naar de jaren 2016, 2017 en 2019. Een deel van de bevindingen van de belastingdienst is inmiddels met de gemeente gedeeld. Over die uitkomsten is bezwaar aangetekend, hier vindt overleg met de belastingdienst over plaats. 

Risicobedrag 2022

p.m.

Kans 2022

Risicobedrag 2023

p.m.

Kans 2023

Risicobedrag 2024

p.m.

Kans 2024

Risicobedrag 2025

p.m.

Kans 2025

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Divers

Actie

Naam risico

Opgaven Vastgoedbedrijf

Programma

Diverse

Omschrijving

Het maatschappelijk vastgoed van de gemeente Groningen heeft een gemiddelde leeftijd van meer dan 40 jaren. De leeftijd van de vastgoedvoorraad brengt voor de toekomst forse vernieuwing- en moderniseringsopgaven met zich mee. Dit vraagt heldere koersbepaling op programmaniveau. Van een aantal programma’s is de koers al bepaald, dan wel wordt dit voorbereid. Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs is hiervan een voorbeeld en het Integraal Accommodatieplan Bewegingsonderwijs en Binnensport wordt voorbereid. Andere plannen waaraan wordt gewerkt zijn bijvoorbeeld het Accommodatieplan (DMO) en een Strategische huisvestingsvisie (SSC/FSH). De projectmatige uitvoering van nieuw- en verbouw is belegd bij het Vastgoedbedrijf.

De genoemde vernieuwing- en moderniseringsopgaven zijn gelet op de gebouwleeftijd, de dynamiek van de achterliggende (beleids-)programma’s en veranderende gebruikers(wensen) noodzakelijk en leiden tot forse financiële opgaven voor de toekomst. Voor vernieuwing en modernisering wordt niet structureel gespaard binnen de gemeente. De gereserveerde middelen voor beheer en onderhoud zijn gericht op instandhouding en beheer en onderhoud ‘as is’, uitgaande van het meest kosten efficiënte onderhoudsniveau (NEN niveau 3). Veroudering van de voorraad leidt tot toenemende kosten van instandhouding. De oudere voorraad brengt daarbij een zekere kwetsbaarheid met zich mee als het gaat om wettelijke aanpassingen in de bouw- en installatietechniek, normstellingen rondom duurzaamheid (bijvoorbeeld label C kantoren), maar ook ten aanzien van de eigen ambities van de gemeente, aangaande zaken als toegankelijkheid, circulariteit, natuur-inclusiviteit, uitstraling en beeldkwaliteit, verduurzaming of ventilatie. Omdat de financiële huishouding is ingericht op onderhoud 'as is' (met andere woorden vervanging van hetgeen er nu is) zal de spanning tussen ambities, wettelijke voorschriften, gebruikswensen en de leeftijd en kwaliteit  van de gebouwen de komende jaren toenemen en nopen tot investeringsprogramma's.

Risicobedrag 2022

p.m.

Kans 2022

Risicobedrag 2023

p.m.

Kans 2023

Risicobedrag 2024

p.m.

Kans 2024

Risicobedrag 2025

p.m.

Kans 2025

Structureel/Incidenteel

1e signaleringsmoment

Actie

Naam risico

Verstrekte leningen en garanties

Programma

Divers

Omschrijving

Algemeen
In het treasurystatuut staat dat de verstrekking van leningen of garanties aan derden alleen is toegestaan vanuit de publieke taak. Het verstrekken van een lening of het afgeven van een garantie leidt voor de gemeente tot een risico dat de derde niet aan de verplichtingen kan voldoen. Gemiddeld genomen houden we rekening met een risico van 8% van de omvang van de lening/ garantie. Per geval wordt het risico afzonderlijk beoordeeld en gewaardeerd.
In dit risico zijn alle verstrekte leningen en garanties opgenomen, met uitzondering van de leningen verstrekt aan Warmtestad en aan Meerstad. De risico’s daarvan zijn meegenomen in respectievelijk het risico Gemeentelijk aandeel risicoproject Warmtestad BV en het risico Uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelingslocaties (grondzaken/ grondexploitaties)

Leningen Euroborg
Euroborg NV heeft één huurder voor haar stadion, waardoor het risico bestaat dat Euroborg NV niet aan haar financiële verplichtingen kan voldoen richting de gemeente Groningen. De omvang van het risico is gebaseerd op de omvang van de lening van de gemeente aan Euroborg NV vermindert met de taxatiewaarde. Eind 2021 bedroeg het risico van de stadionleningen 7,0 miljoen euro Rekening houdend met een kans van 25% komt de hiervoor benodigde reservering in het weerstandsvermogen uit op 1,7 miljoen euro.
We hebben een lening verstrekt aan de NV Euroborg voor het realiseren van het Topsportzorg centrum (TsZC). Bij het realisatiebesluit TsZC hebben we aangegeven dat deze lening niet leidt tot een noodzaak het gemeentelijk weerstandsvermogen aan te vullen. De omvang van de lening is niet hoger dan de executiewaarde (= 70% van de investeringssom). Gezien de courantheid van het gebouw en de langjarige huurcontracten met onder andere VNO-NCW/MKB-Noord, geven ook de actuele ontwikkelingen geen aanleiding om voor deze lening weerstandsvermogen aan te houden.

Lening Enexis
In 2020 is een converteerbare hybride lening verstrekt aan Enexis van 6,0 miljoen euro. Zoals aangegeven in de brief aan uw raad van 20 mei 2020, zijn wij in verband met het gunstige risicoprofiel van Enexis (een triple A-nutsbedrijf) uitgegaan van een relatief lage reservering in het weerstandsvermogen van 2,5 % van het leningbedrag, oftewel 150 duizend euro.

Lening Stichting Ebbingehof
Om de realisatie van sociale huurwoningen in het complex Ebbingehof mogelijk te maken heeft de gemeente in 2020 een lening van 3 miljoen euro verstrekt aan Stichting Ebbingehof. In verband met het relatief lage projectrisico zijn we uitgegaan van een reservering in het weerstandsvermogen van 4 % van het leningbedrag, een bedrag van 120 duizend euro. Dit is nader toegelicht in onze brief aan uw raad van 4 maart 2020.
 
Verstrekte garantie en leningen voormalige gemeente Haren
De gemeente heeft in het verleden een garantie afgegeven op een door de gemeente overgedragen leningen portefeuille met een geschatte stand per einde 2021 van circa 2,0 miljoen euro. Daarnaast heeft de gemeente nog twee geldleningen uitstaan met een restantbedrag van 0,8 miljoen euro per einde 2021. Bij het bepalen van het risico houden we rekening met een kans van optreden van 10%. Het risico komt hiermee op 0,3 miljoen euro.

Verstrekte garantie Biblionet
De gemeente heeft een garantie verstrekt aan de Stichting Biblionet. Voor het bepalen van de omvang van het risico houden we rekening met de omvang van de verstrekte garantie van 855 duizend euro en een kans van 25%. Het risico komt hiermee op 0,2 miljoen euro.

De omvang van het (maximale) risico gerelateerd aan genoemde leningen en garanties waarvoor we weerstandsvermogen aanhouden bedroeg aan het einde van 2021 19,6 miljoen euro. Rekening houdend met de kansen van optreden houden we rekening met een risico in 2022 van 2,5 miljoen euro. Door aflossingen neemt dit in de jaren daarna met circa 0,1 miljoen euro per jaar af.

Risicobedrag 2022

2,5 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

2,4 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

2,3 miljoen euro

Kans 2024

100%

Risicobedrag 2025

2,2 miljoen euro

Kans 2025

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

rekening 2006

Actie

Met het aflossen van de leningen, loopt het risico jaarlijks terug.
Als enig aandeelhouder van de Euroborg NV monitoren wij de NV. Daarnaast houden we toezicht op de financiële situatie bij de huurder van het stadion (FC Groningen). Hiertoe bespreken we de stand van zaken regelmatig met de directie van FC Groningen. Voor alle uitgezette leningen en afgegeven garanties bewaken de kredietwaardigheid van de tegenpartij. Dit doen we bijvoorbeeld door checks op hun financiële kengetallen. 

Deze pagina is gebouwd op 07/05/2022 16:24:24 met de export van 07/05/2022 16:01:18